Loslaten

In september 2013 schrijf ik onderstaand verhaal in mijn nieuwsbrief:

Het afgelopen half jaar is een enerverend half jaar geweest. Binnen ons gezin heeft een grote verandering plaatsgevonden. Onze oudste, speciale zoon woont niet langer bij ons. Kort na zijn twintigste verjaardag in januari is hij verhuisd naar een prachtige woon-werk-voorziening. Een grote verandering voor ons allemaal. Ooit heb ik van een lieve vriendin een boekje gekregen: ‘Loslaten uit liefde’ – en dat is wat nu gebeurt. De schrijfsters van het boek, twee moeders van speciale zonen, beschrijven hoe zij en de jongens elkaar leren kennen, wat zij in de loop der jaren hebben meegemaakt, hoeveel tranen er zijn gevloeid en ten slotte hoe het proces van loslaten is verlopen. In het boekje heb ik één zin onderstreept: ‘… ik hoop dat hij ooit zal kunnen begrijpen dat het de moeilijkste vorm van liefhebben is. Dat je iemand los moet laten, omdat het voor hem het beste is’.

Wat betekent dat eigenlijk, loslaten? Google heeft daar veel antwoorden op. Voor mij betekent loslaten nu vooral dat ik een groot deel van de zorg en begeleiding in diep vertrouwen overdraag. Om Marcus – vanuit liefde – ruimte te geven zich verder te ontplooien. Om mijzelf en de overige gezinsleden ruimte te geven voor een andersoortige ontwikkeling dan tot nu toe – ook uit liefde. Naast de ontspanning die dat geeft blijft er zorg: wanneer we horen dat Marcus in een boze bui weggelopen en vijf kwartier zoek geweest is, wanneer hij opeens toch weer een epileptische aanval krijgt, wanneer hij zich bij een buikgriep helemaal niet lekker voelt en ik hem het liefst thuis op de bank heb. De zorg en de emotie die ik in die situaties voel laat ik er even volop zijn. Ik voel wat ik wil bijdragen en in hoeverre ik er voor hem moet en kan zijn. Daarna laat ik opnieuw los, in vertrouwen.

En Marcus? Die gedijt in het ritme en de structuur van de groep. Met begeleiders die er liefdevol voor hem zijn en na hun dienst worden afgelost en even kunnen ademhalen.

Heerlijk om van Marcus te horen dat hij het leuk vindt op zijn nieuwe plek en hem blij te zien in contact met begeleiders en medebewoners. In een weekend thuis vraagt hij me of ik vind dat hij veranderd is. Zeker kerel: je bent groter, je bent beter gaan eten, je bent steviger, je bent zelfstandiger en rustiger – ik zie dat je volwassen wordt. De lach die alleen Marcus me kan geven vertelt me dat hij blij is met mijn antwoord.