Opvoeden

Opvoeden, er is zoveel over gezegd en geschreven. Ooit heb ik een studie gekozen vanuit nieuwsgierigheid naar wat opvoeding met kinderen doet. Om eerlijk te zijn… heb ik niets met ‘opvoeden’. Misschien juist daarom wel mijn studiekeuze. Omdat ik toen al voelde dat ‘opvoeden’ vanuit een doel of verwachting gemakkelijk voorbijgaat aan de eigenheid en de werkelijke behoeften van een kind.

Ik herinner me dat ik met mijn oudste zoon rond zijn eerste verjaardag op het consultatiebureau kwam. Toen bekeken was of hij alle mijlpalen van die leeftijd had bereikt hoorde ik één van de aanwezigen zeggen: ‘jaja, nu gaat het echte werk beginnen: opvoeden!’ Ik voelde me er helemaal niet gemakkelijk bij. Alsof er iets van me gevraagd werd wat in de boeken stond of wat de wereld verwachtte. Alsof er regels zijn die bepalen hoe het moet. Die was ik zelfs in mijn studie niet tegengekomen..

DownloadedFileDe onzekerheid die vele jonge ouders ten deel valt voelde ik als jonge moeder helemaal. Bij een kraamvisite van enkele collega’s, Marcus was toen vijf weken oud – er werd hevig geoordeeld toen ik hem uit bed haalde om hem te troosten, toen hij huilde en de slaap niet kon vatten. Toen een vriendin vond dat ik steviger moest optreden toen hij, zich net opgetrokken aan de tafelrand, alles wilde pakken wat op tafel stond. Toen ik het geduld opbracht om Marcus het ‘takje van Kolonel Hathi’ te laten zoeken, waarmee hij vervolgens al marcherend als de olifant uit Jungle Book naar de supermarkt liep.

Ik herinner mij ook een kinderverjaardag, Marcus was toen een jaar of vijf oud. In onze kinderrijke buurt was het gebruikelijk, dat de jonge moeders en/of vaders met hun kroost de verjaardagen van het andere kroost afsjouwden. Veel gezelligheid, drukte en bijsturing. Omdat ik met mijn moederlijke intuïtie allang aanvoelde dat Marcus anders was dan de meeste buurt- en klasgenootjes, bezocht ik dergelijke verjaardagen altijd met gemengde gevoelens. Altijd maar afwachten hoe zijn pet èn die van de andere aanwezigen stond. Een conflict kon al snel ontstaan. In mijn herinnering verliep de middag prima, tot… het moment dat ik opstond om naar huis te gaan. Ik had Marcus daarop voorbereid – ik wist immers dat dat voorwaarde was om de overgang soepel te laten verlopen. Toen ik hem vertelde dat we naar huis zouden gaan kwam er geen enkele reactie. Marcus speelde rustig door. Vol aandacht voor de lego en helemaal opgegaan in het verhaal van auto’s, bestuurders en een ambulance. Zijn spel was duidelijk niet af en op dat moment had ik natuurlijk geen idee hoe lang zijn verhaal nog zou duren. Ik probeerde het spel om te buigen en Marcus zo ver te krijgen… In de kamer was het inmiddels stil geworden en de ogen van de andere aanwezigen voelde ik prikken in mijn rug. Hoe moeilijk om dan te blijven doen wat het beste voelt – wachten tot het verhaal af is. Gelukkig werd mijn geduld al snel beloond. Het was eigenlijk zo simpel – de gewonde werd op een brancard de ambulance in gereden en het verhaal was klaar. Natuurlijk.

Intuïtief ben ik altijd zoveel mogelijk ‘bij het kind’ gebleven, met respect voor zijn beleving en eigenheid. Ik weet, regels en grenzen geven kinderen veiligheid en we ontkomen soms niet aan ingrijpen. Ik voel met Berthold Gunster mee wanneer hij zegt ‘de vraag is niet of  we zullen ingrijpen in hun leven, de vraag is hoe’. Gunster is de grondlegger van het Omdenken. Zijn meest recente boek heet ‘Lastige kinderen? Heb jij even geluk’ – omdenken in opvoeding en onderwijs. In zijn boek schrijft hij: ‘De vraag is of er sprake is van lastige kinderen of van lastige ouders. Niet zij, maar onze meetlat is het probleem‘. Een aanrader voor alle ouders die zich weleens onzeker voelen – net als ik.