Lastige kinderen? Heb jij even geluk; omdenken in opvoeding en onderwijs – Berthold Gunster

lastige kinderenBerthold Gunster is de grondlegger van het Omdenken. Over zijn gedachtegoed schreef hij inmiddels vijf boeken, waarvan dit boek het laatste is. Het boek heeft mij gegrepen en is wat mij betreft een aanrader voor alle ouders. Graag vat ik de kern ervan samen. De vele, vele voorbeelden die Gunster in zijn boek geeft laat ik hier buiten beschouwing. Ik realiseer me dat ik het boek daarmee tekort doe, want juist de levendige verhalen uit de dagelijkse praktijk maken het meer dan het lezen waard.

De meeste opvoedingsboeken gaan er op voorhand vanuit, dat lastig gedrag ongewenst is, dat lastig gedrag bestreden moet worden. Het is een probleem dat moet worden opgelost – het is de taal van volwassenen om duidelijke grenzen te stellen en ervoor te zorgen dat het kind leert om zich netjes en fatsoenlijk te gedragen. Gunster meent, dat deze boeken het kind zien als een huisdier dat gedresseerd moet worden. Hij wijst opvoedingsmiddelen als verbieden, straffen, afzondering, belonen en zelfs complimenteren in grote lijn van de hand. Alle zijn in zijn ogen vormen van manipulatie. Hij ziet de strategieën als een ‘ja-maar’ manier van denken: ja, kinderen willen ergens aanzitten, maar dat is niet de bedoeling. Als je op die manier naar een probleem kijkt, dwing je jezelf tot strategieën om dat probleem weg te werken. Je denkt jezelf als het ware vast. Gunster pleit ervoor, lastig gedrag niet als een probleem te zien, maar als een feit, een behoefte die er simpelweg is en waarmee je een nieuwe mogelijkheid kunt creëren. Van ‘ja-maar’ naar ‘ja-en’. Deze manier van denken noemt hij Omdenken. Om op die manier te kunnen denken, is een levenshouding van onvoorwaardelijk acceptatie nodig. Zolang we het lastige gedrag verwerpen gaan we de strijd aan met een deel van het kind. We accepteren ons kind wel, maar… Liefde, de basishouding om lastig gedrag te kunnen omdenken, kent geen maar. Onvoorwaardelijke liefde en acceptatie vormen de hoekstenen van het Omdenken.

Gunster houdt geen pleidooi voor het zomaar accepteren van lastig gedrag. Laissez faire is niet waar het boek over gaat. Waar het wel om gaat, is dat de strategieën die Gunster beschrijft gemeen hebben, dat lastig gedrag er niet mag zijn, dat het probleem als vertrekpunt genomen wordt. Hij vraagt zich af hoe het zou zijn als we lastig gedrag niet zouden benaderen als iets wat zou moeten verdwijnen, maar als iets wat zou mogen bestaan. Gunster helpt ouders met vier vragen op weg om op een creatieve manier met lastig gedrag om te gaan:

1. Wat is het probleem?

Nogal wat problemen blijken bij nadere beschouwing helemaal geen probleem te zijn. Veel gedrag blijkt gewoon te horen bij de fase waarin het kind zich op dat moment bevindt. Ook mag je als ouder kijken in hoeverre het gaat om een feitelijk probleem of om het probleem dat ‘verwachting’ heet. Hoe meer wij van onze kinderen verwachten, des te meer problemen we zullen ervaren. Het advies is, afstand te nemen en goed waar te nemen wat er precies aan de hand is.

2. Is het echt een probleem?

Gunster pleit ervoor, een conflict waar mogelijk te ‘laten gaan’. Choose your battles. Ga na in hoeverre een conflict wezenlijk is. Zoniet: laat het los. Per situatie heb je de keuze lastig gedrag te bestrijden of er ontspannen op te reageren. Is er sprake van een ‘berg’ of van een ‘molshoop’? Dat jij er last van hebt, wil nog niet zeggen dat het lastig is voor (de ontwikkeling van) het kind. Zolang wij als volwassenen geïrriteerd of verkrampt reageren op relatief onbelangrijke zaken, is ons gedrag deel van het probleem geworden. Lastig gedrag is inherent aan kinderen. Niet om je altijd even druk om te maken.

3. Ben jij het probleem?

Verwachtingen kunnen kinderen stimuleren het beste uit zichzelf te halen. Valkuil is echter, dat je verwachting niet aansluit bij wat je kind wil en waar zijn of haar talenten en kwaliteiten liggen. Verder is een risico, dat je zozeer bezig bent met de dingen de er volgens jou zouden moeten zijn dat je de dingen die er al wel zijn over het hoofd ziet. Aangeraden wordt, te onderzoeken wat wij (onbewust) verwachten van het kind. Pas dan is er ruimte om te onderzoeken wat het kind zelf kan en wil.

Het omdenken van lastig gedrag begint niet bij onze kinderen, maar begint met het omdenken van onze irreële verwachtingen. Niet het kind, maar onze meetlat is het probleem. Zodra we die meetlat hebben losgelaten, wordt het grootbrengen van kinderen een stuk eenvoudiger. Daarbij denkt Gunster niet alleen aan de opvoeding, maar ook aan het onderwijs. Hij heeft moeite met het gedwongen karakter daarvan: dat een overheid – en in het verlengde daarvan een school – bepaalt wat iedereen moet leren.

4. Is het probleem de bedoeling?

Volgens Gunster gaat achter elke vorm van lastig gedrag een reden schuil – een motief, een verlangen. Lastig gedrag is niet anders dan een verlangen, een behoefte die zich op een ongelukkige manier uitdrukt. Wat helpt om op een ‘ja-en’ manier naar lastig gedrag te kijken, is je niet zozeer op het gedrag te focussen, maar op het achterliggende motief. In essentie is het omdenken van lastig gedrag gebaseerd op een eenvoudige verschuiving van aandacht: van wat jij niet wilt naar wat een kind wel wil. Van lastig gedrag naar verlangen. Daar is de grootste winst te behalen.

De drie dingen waar het kind ten diepste naar verlangt zijn erkenning, autonomie en competentie. Door als volwassenen aandacht en ruimte te geven aan deze verlangens, kunnen we lastig gedrag omdenken.
– Erkenning: nogal wat lastig gedrag van kinderen vloeit voort uit het feit dat ze zich niet erkend voelen – zich niet geaccepteerd en geliefd voelen om wie ze zijn en wat ze voelen. De beste manier om kinderen te erkennen is er voor hen te zijn, tijd met hen door te brengen, naar ze te luisteren en ons in hen te verplaatsen. Door hen te kennen, te herkennen en hun gevoelens te accepteren en te respecteren.
– Autonomie: veel lastig gedrag dat kinderen vertonen is het gevolg van het feit dat ze in opstand komen tegen een voor hun gevoel onnodige en vooral oneerlijke beknotting van hun gevoel van autonomie. Als zij zich in hun autonomie gezien en gewaardeerd weten, kunnen kinderen zich vaak zeer zelfstandig en verantwoordelijk gedragen, ook al op jonge leeftijd.
– Competentie: kinderen willen zich competent voelen, het gevoel hebben iets te kunnen, ergens goed in te zijn. Lastig gedrag kan getransformeerd worden door het te benaderen als een competentie. Door de positieve kant van gedrag te benoemen, helpen we kinderen zichzelf niet als per definitie lastig te zien, maar hun competenties te ontdekken. Door het lastige gedrag om te keren in gewenst gedrag helpen we hen in hun kracht te komen.

Op de laatste bladzijde van zijn boek schrijft Gunster: …de werkelijke vraag is dan ook niet hoe we hen kunnen helpen iemand te worden, de werkelijke vraag is hoe we hen kunnen helpen zichzelf te zijn… Hij ziet kinderen als autonome wezens, die de mogelijkheid moeten krijgen zich te ontwikkelen tot zelfstandig en kritisch nadenken en tot het op eigen kracht beslissingen nemen. Dat zou het uiteindelijk doel van ouderschap moeten zijn.