Opgroeien in vertrouwen, opvoeden zonder belonen en straffen – Justine Mol

opgroeien in vertrouwenJustine Mol ziet straffen en belonen als vormen van manipulatie. Door een straf of een beloning te geven, bepaal ik wat goed is. Ik, als volwassene weet hoe het hoort… ‘Ik heb een beeld van wat een mens hoort te doen en laten in zijn leven en ik wil het liefst dat de kinderen en volwassenen in mijn omgeving zich naar dat beeld voegen’.

Door middel van straffen en belonen probeer je te bereiken dat kinderen zich op een bepaalde manier, op jouw manier gedragen. Een kind heeft dit snel in de gaten en concludeert hieruit wellicht, dat je alleen van hem houdt, als hij doet wat jij zegt. Marshall Rosenberg waarschuwt – met het opvoeden tot voorbeeldige mensen ligt het ontwikkelen tot ‘nice, dead persons’ op de loer.

Mol houdt een pleidooi voor het vertrouwen op ieders vermogen tot groei en zelfdiscipline. Het gaat erom niet meer de baas te willen zijn over kinderen, maar naast hen te willen staan en hen te willen stimuleren en ondersteunen. Mol geeft aan, dat de basis van opvoeden in vertrouwen een veilige hechting is, die kan ontstaan door het bieden van rust en structuur. Bij het groter worden zal een kind steeds meer zelf gaan bepalen wat het doet of laat. Je kunt je daarbij voortdurend afvragen in hoeverre je wilt sturen en grenzen stellen en waar je de controle wilt loslaten. Mol ziet dit als een geleidelijk proces dat begint bij overwegend sturen en eindigt bij ondersteunend aanwezig zijn.

Mol haalt Kohler aan als zij zegt, dat kinderen zich van nature aangetrokken voelen tot moreel gedrag. Zij moeten de ruimte krijgen zich te ontwikkelen, waarbij ouders een voorbeeld zijn in sociaal gedrag. De sympathie voor het ‘goede’ wordt niet door opvoeding gewekt maar komt van binnenuit. Als we de ontwikkeling van moraliteit aan onze kinderen willen overlaten vraagt dat van ons terughoudendheid en geduld, vertrouwen en het geven van ruimte.

Dat is iets anders dan kinderen het volledig zelf laten uitzoeken. Er is duidelijkheid nodig, zodat kinderen zich veilig voelen. Mol pleit voor het gezamenlijk maken van afspraken. Afspraken zijn iets anders dan regels. Regels hebben te maken met macht, bij afspraken is er betrokkenheid van alle partijen. Zoek naar een manier waarin iedereen zich kan vinden – kijk daarbij naar de onderliggende behoeften van alle betrokkenen. Stap uit de trein van controle, wandel door het bos van alternatieve mogelijkheden. Alternatieven die passen bij vertrouwen en ruimte geven. ‘Zou het niet heerlijk zijn als kinderen een diep verankerd zelfvertrouwen ontwikkelen en niet voor de rest van hun leven afhankelijk blijven van wat een ander van hen vindt?’

‘Het gaat erom dat ieder mens, en dus ook ieder kind, hier en nu is zoals hij is. Daar heb ik het mee te doen, of ik nou wil of niet…. Ik wil tegen ieder kind diep van binnen ‘ja’ zeggen en het daarmee aanmoedigen op zijn eigen creativiteit en lerend vermogen te vertrouwen’.